De Rivieren
Het kan in de toekomst gebeuren dat door de zeespiegelstijging het zeewater (tijdelijk en bij vloed) even hoog komt te staan, of zelfs hoger, dan het water in de rivieren, dat in de zomer geleidelijk aan het afnemen is (zie ook: de afvoer van Rijn en Maas, onder aan deze tekst). Het rivierwater kan dan niet meer de zee instromen en kunnen er binnenlandse overstromingen ontstaan. In de winter kunnen de te hoge waterstanden in de rivieren, naast de al bestaande maatregelen, ook deels worden verlicht door de Randzee als tijdelijke buffer te gebruiken. Een andere mogelijkheid die onderzocht kan worden is het omleiden van rivierwater naar Zeeland.

Doordat er in de zomer minder (zoet) water door de rivieren stroomt, kan er meer (zout) water uit zee de rivieren binnen stromen. De Rijn is een smeltrivier die gevoed wordt door smeltwater. Door de opwarming van de aarde is er ook minder sneeuw en ijs dus ook minder smeltwater. Zout water is niet alleen maar een probleem van boeren en tuinders maar tast ook de natuur aan en de dijken kunnen er door verzwakken. Het oprukkende zoute water zal in de toekomst een steeds groter probleem gaan vormen met een dubbel nadelig effect: de zeespiegelstijging wordt groter waardoor er meer zout water binnenkomt en de zoetwater afvoer van de rivieren wordt minder. Een groot probleem is langzaam zichtbaar aan het worden.

Wanneer West-
Holland een feit zal zijn is er alsnog een oplossing denkbaar: door een sluizenstelsel kan rivierwater bij vloed tijdelijk worden omgeleid naar de Randzee, die zo als een flinke buffer dienst kan doen. (zie de afbeeldingen hieronder)

Door de enorme omvang en diepte van de Randzee kan zeer veel rivierwater, dat via de nieuwe waterweg naar zee wil stromen, tijdelijk worden opgeslagen. Maar dan moet eerst bij eb veel water van de Randzee naar zee wegvloeien, om ruimte te maken voor het rivierwater. Door een samenspel van de zeesluizen kan het rivierwater in de (gedeeltelijk leeggestroomde) Randzee steeds tijdelijk worden opgevangen tot het zeewaterpijl voldoende is gezakt. Scheepvaart kan dan (deels) worden afgehandeld in de haven van Maasvlakte 2. Uiteraard moet dit principe nog uitgebreid onderzocht en berekend worden. (Bekijk hier de jaarlijkse afvoer van Rijn en Maas op 27 januari 2019) En: Klimaatverandering en afvoer Rijn en Maas
.
 
Het meeste zand voor West-Holland komt uit de Noordzee en een klein deel ervan uit de Randzee. De Randzee kan in principe relatief veel rivierwater tijdelijk opslaan maar dit zal door experts op haalbaarheid en doeltreffendheid onderzocht moeten worden. De Randzee zal op maximale diepte worden uitgegraven en het uitgegraven zand kan worden gebruikt om West-Holland verder mee op te hogen.



...
...